WGO

WGO (Wereldgezonheidsorganisatie)

 

De WGO rangschikt allergische aandoeningen als de vierde belangrijkste chronische aandoening ter wereld en beschouwt luchtwegallergieën als een belangrijk probleem voor de volksgezondheid.

In 1997 werd de eerste consensus over allergeenspecifieke immunotherapie gepubliceerd1. Deze internationale richtlijnen werden opgesteld door de belangrijkste internationale deskundingen, met als doel algemene gedragsregels te bepalen binnen de allergeenspecifieke immunotherapie waarbij de nadruk werd gelegd op de doeltreffendheid en een grotere veiligheid van de behandeling.

 

De consensus bepaalt de plaats van allergeenspecifieke immunotherapie binnen de behandeling van allergieën: evenals farmacotherapie is de behandeling geïndiceerd bij de behandeling van allergieën na uitschakeling van het allergeen en educatie van de patiënt. Het is duidelijk vastgesteld dat allergeenspecifieke immunotherapie de enige behandeling is die kan ingrijpen op het natuurlijke verloop van allergische aandoeningen en dat deze behandeling astma kan voorkomen bij patiënten met allergische rinitis.

 

De consensus vermeldt de indicaties van allergeenspecifieke immunotherapie voor de behandeling van allergische rinitis, allergische astma en overgevoeligheid voor het gif van vliesvleugeligen.

 

De consensus bepaalt ook de behandelingsmodaliteiten op het vlak van voorschrijven, toediening en gebruikte producten.

Voorschrijven: omdat de respons op allergeenspecifieke immunotherapie afhangt van het toegediende allergeen, is een goede kennis van de allergologie of immunologie noodzakelijk om de specifieke allergie te diagnosticeren en vervolgens een allergeenspecifieke immunotherapie voor te schrijven.

Toediening: het belangrijkste risico van allergeenspecifieke immunotherapie is anafylactische shock, daarom moet de behandeling worden voorgeschreven en toegediend door een arts die in staat is de eerste symptomen van anafylaxie te herkennen en onmiddellijk de gepaste behandeling toe te dienen.

Gebruikte producten: de te gebruiken allergeenextracten moeten gestandaardiseerd zijn en de werking en de houdbaarheid van de producten moeten gekend zijn.

1 Vervloet D.et al. Consensus et perspectives de l'immunothérapie spécifique dans les maladies allergiques. La Lettre (Supplément à la Revue Française d'Allergologie et d'Immunologie Clinique) 1997; 37 (2): 4-5.

Naar boven

Gelieve u te identificeren.

Gebruikerslogin

Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord hier in om in te loggen op de website:


Wachtwoord vergeten?

Nog geen toegang ? Klik hier om u te registreren !