Allergie behandelen aan de basis
Een etiologische behandeling die verergering van de aandoening voorkomt
Allergeenspecifieke immunotherapie is de pijler van de behandeling van ernstige allergie1. Ze is de enige methode die het mogelijk maakt allergie te voorkomen en te behandelen. Zo voorkomt ze verergering door het optreden van nieuwe sensibilisaties (polysensibilisatie) 2 of haar evolutie naar astma3.
Werkingsmechanisme
Ze vermindert de gevoeligheid van het lichaam voor het allergeen: door de immuunrespons tegenover dit allergeen geleidelijk te moduleren, voorkomt allergeenspecifieke immunotherapie de allergische reactie.
Onweerlegbare bewijzen
Dankzij het grote aantal gecontroleerde wetenschappelijke studies van de afgelopen jaren, kon de doeltreffendheid van allergeenspecifieke immunotherapie worden gevalideerd en een nauwkeurig behandelingskader worden bepaald.
Het referentiedocument van de WAO (World Allergy Organisation) valideert het concept van sublinguale allergeenspecifieke immunotherapie voor de behandeling van patiënten met matige tot ernstige symptomen. De organisatie wijst ook op het belang van het ter beschikking stellen van sublinguale farmaceutische specialiteiten, die beter aan de verwachtingen van de patiënten beantwoorden en de geloofwaardigheid van de behandeling bij de gezondheidsinstanties verhogen.
De officiële aanbevelingen
De doeltreffendheid van allergeenspecifieke immunotherapie is onomstotelijk bewezen en de ontwikkeling van nieuwe orale tabletvormen is conform de nieuwe aanbevelingen van het EMEA (Europees geneesmiddelenagentschap) met betrekking tot de klinische ontwikkeling, de productie en de kwaliteit van de immunotherapieproducten.
De voorschriften van Evidence Based Medicine
Anderzijds moeten de doeltreffendheid en de tolerantie van de gebruikte allergeenspecifieke immunotherapieproducten worden geëvalueerd volgens een strikte methodologie die beantwoordt aan de voorschriften van de Evidence Based Medicine (geneeskunde gebaseerd op bewijzen).
Deze methodologie concentreert zich rond 3 hoofdlijnen: het wetenschappelijke bewijs, de ervaring van de arts en de voorkeur van de patiënt.
Een nieuwe therapeutische klasse
2009 betekende een belangrijk keerpunt voor de sublinguale allergeenspecifieke immunotherapie. De Europese registratie van allergeenspecifieke immunotherapie in tabletvorm als farmaceutische specialiteit leidde tot een nieuwe therapeutische klasse.
IN DE PRAKTIJK
Allergeenspecifieke immunotherapie behandelt luchtwegallergie, d.w.z. allergie voor pneumoallergenen (allergenen in de omgevingslucht zoals pollen, mijtachtigen, dierenhaar...) en allergie voor giffen van vliesvleugeligen (bij, wesp).
Seizoensgebonden allergieën (pollen van bomen, grassen, kruidachtigen) worden tijdens het seizoen behandeld terwijl perenniale allergieën het hele jaar door worden behandeld.
De behandeling die door e
en allergoloog wordt voorgeschreven, is bestemd voor patiënten met ernstige allergieën en allergische rinitis al dan niet gepaard met conjunctivitis en/of lichte tot matige astma, die niet onder controle zijn met symptomatische behandelingen.
Ze wordt sublinguaal toegediend in de vorm van tabletten of oplossingen (druppels om onder de tong aan te brengen), of subcutaan (injecties), de oudste vorm.
De behandeling verloopt in twee fasen, een eerste instelfase tijdens dewelke toenemende dosissen allergenen worden toegediend, gevolgd door een onderhoudsfase.
1 Bousquet J, Lockey RF, Malling HJ. et al. Allergy 1998; 53
2 Des Roches A. et al. JACI 1997; 99:450-53. Pajno GB. et al. Clin Exp Allergy 2001;31:1392-97.
3 Jacobsen L. Allergy 1997;52: 914-20.Moller C. et al. JACI 2002; 109:251-256.