Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen allergisch astma, gekenmerkt door een specifieke hyperreactiviteit van de luchtwegen op de inhalatie van bepaalde allergenen, en astma, een niet-specifieke pathologie met andere oorzaken. Astma is gekenmerkt door terugkerende aanvallen die leiden tot paroxystische dyspneu (ademnood, ademhalingsmoeilijkheden met verhoogde frequentie en amplitude van de ademhalingsbewegingen) en fluitende ademhaling. Een symptomatische behandeling, zoals bronchodilatatoren, kan deze aanvallen kalmeren.
Classificatie van allergische astma1
Kenmerkend | Gecontroleerd | Gedeeltelijk gecontroleerd | Ongecontroleerd |
Symptomen overdag | Nooit/2 of minder per week | > 2 per week | 3 of meer gedeeltelijk gecontroleerde astmasymptomen |
Beperking van de activiteiten | Nooit | Nooit | |
Nachtelijke symptomen/ 's nachts wakker worden | Nooit | Nooit | |
Noodbehandeling | Nooit/2 of minder per week | > 2 per week | |
Longfunctie (PEF of ESW) | Normaal | < 80 % | |
Risicofactoren: exacerbaties, instabiliteit, achteruitgang van de longfunctie, bijwerkingen | |||
Geringe klinische controle, exacerbaties, bereiken van een kritische drempel, lage ESW, blootstelling aan sigaretten, inname van veel geneesmiddelen. | |||
Download the GINA pocket guide 2009
1 Bateman ED. et al. Global strategy for asthma management and prevention: GINA executive summary. Eur Respir J. 2008 Jan; 31(1):143-78.