De risicofactoren

Allergie is geen besmettelijke ziekte, ze is niet aan een virus gebonden en kan iedereen treffen vanaf zeer jonge leeftijd.

GENETISCHE AANLEG

      -  een persoonlijk allergisch terrein


Allergische personen hebben IgE-antilichamen die de allergenen herkennen waar de persoon gevoelig voor is. Bij contact ermee veroorzaken deze antilichamen een ontsteking.
De aanleg van personen om een IgE-reactie tegenover omgevingsallergenen te ontwikkelen wordt atopie genoemd. Het is aangetoond dat er een familiale aanleg (of atopisch terrein) bestaat, die het mogelijk maakt het allergierisico bij kinderen te bepalen1.

 

       -   een bewezen erfelijk risico

Binnen families met allergische personen is het risico van luchtwegallergie verhoogd1:

 

Wanneer geen van beide ouders allergisch is

5% tot 15%

Wanneer 1 van beide ouders allergisch is

20% tot 40%

Wanneer beide ouders allergisch zijn

40% tot 60%

Wanneer beide ouders dezelfde allergische pathologie hebben

80%

L’environnement

 

De wijziging van het milieu en levenswijze, de toenemende verstedelijking, vervuiling, actief of passief roken en veranderingen van de voedingsgewoonten zijn factoren die de voortgang van allergie bevorderen.

Luchtverontreiniging en luchtwegaandoeningen

Luchtverontreinigende stoffen liggen niet aan de basis van allergische fenomenen maar lijken verergerende factoren te zijn.

Uit verschillende recente studies die de luchtverontreiniging op een verschillende manier maten, blijkt een verband te bestaan tussen verontreiniging, luchtwegallergieën en astma1.

Bovendien is het risico om aan een luchtwegaandoening te overlijden driemaal groter in grootsteden met de hoogste ozonconcentraties dan in die met de laagste concentraties2.  

-          Het milieu aan de basis van de wijziging van het immuunsysteem

Uit een recente studie3 blijkt dat de blootstelling van zwangere vrouwen aan boerderijproducten een natuurlijk immunomodulatiemodel zou kunnen weerspiegelen dat het immuunsysteem wijzigt bij zuigelingen.

Andere studies daarentegen suggereerden4 dat hoge concentraties kiemen, toxines, stoffen afkomstig van boerderijdieren, stallen, rauwe melk, daarentegen geassocieerd waren met astma bij kinderen.   De resultaten hangen evenwel niet alleen af van de aard van de blootstelling en/of de levenswijze maar ook van het genetische patrimonium van eenieder.

  • Hygiënefactor

Vele specialisten baseren zich op de hygiënehypothese om de evolutie van allergieën te verklaren: het immuunsysteem zou zich tegen alle gewone, alledaagse eiwitten richten wanneer we tijdens de vroege kinderjaren te veel worden beschermd omdat we te weinig aan externe pathogene stoffen worden blootgesteld.

Het is aangetoond dat de prevalentie van allergische aandoeningen lager was bij kinderen uit kroostrijke gezinnen die vaker infecties oplopen. Een zuigeling die aan een infectieuze omgeving wordt blootgesteld, zou inderdaad beter beschermd zijn tegen allergische aandoeningen6.

Volgens hetzelfde schema hebben bepaalde studies een beschermende rol van de "landelijke" levenswijze aangetoond (met bijzondere omstandigheden zoals de nabijheid van dieren of minder hygiëne), of omgekeerd een verhoogd risico door een te grote medicalisering vanaf de vroege kinderjaren (zoals misschien een te vroeg gebruik van antibiotica7).

1 Polonovski J-M.et al. Rhinite allergique. Impact Internat. 1999, p.109-111
2 Patel MM. et al. Air pollution and childhood asthma: recent advances and future directions. Current Opinion in Pediatrics 2009; 21:235-242
3 Jerrett M. et al. Long-term ozone exposure and mortality. N Engl J Med. 2009 Mar 12; 360(11):1085-95
4 Schaub B.et al. Maternal farm exposure modulates neonatal immune mechanisms through regulatory T cells. J Allergy Clin Immunol. 2009 Apr; 123(4):774-82.e5
5 Von Mutius E. Clinical Reviews in allergy and immunology. J Allergy Clin Immunol 2009; 123:3-11
6 Liu et al. J Allergy Clin Immunol. 2003; 111; 471-8
7 Strachan DP. Hay fever, hygiene, and household size, BMJ, 1989 Nov 18; 299(6710):1259-60
8 Foliaki S. et al. Antibiotic use in infancy and symptoms of asthma, rhinoconjunctivitis and eczema in children 6 and 7 years old: International Study of Asthma and Allergies in Childhood Phase III. J Allergy Clin Immunol.2009 Nov; 124(5):982-9.

Naar boven